![]()
Coeliakie en Down Syndroom
Overgevoeligheid voor gluten
Coeliakie is een vrij zeldzame darmziekte, die echter bij mensen met Down Syndroom (DS) honderdmaal vaker voorkomt, namelijk bij 4 - 7%. Bij coeliakie zijn de darmen overgevoelig voor gluten. Dit is een eiwit dat aanwezig is in tarwe, rogge, gerst en haver, en dus bij iedereen in de normale voeding (brood) voorkomt. Door een stoornis in de afweer worden de gluten in de voeding door de darm ten onrechte
beschouwd als een schadelijke stof. Daardoor worden antistoffen gemaakt die helaas schadelijk zijn voor de darmwand zelf en het slijmvlies van de dunnedarm aantasten. Dit leidt tot stoornissen in de opname van bepaalde voedingsstoffen, bijvoorbeeld ijzer en het vitamine foliumzuur.
De ziekteverschijnselen
De belangrijkste ziekteverschijnselen bij coeliakie zijn diarree (vettige ontlasting), afname van de groei, slappere spieren en lichte bloedarmoede. Coeliakie veroorzaakt echter niet bij iedereen altijd dezelfde ziekteverschijnselen. Zo kan er in plaats van diarree juist ook obstipatie bij voorkomen. Andere beschreven verschijnselen zijn buikpijn, gewichtsverlies, gewrichtspijn, telkens terugkerende zweertjes in de
mond, een branderig gevoel in de tong, opgeblazen buik met winderigheid, vage buikklachten, misselijkheid, braken en abnormale vermoeidheid. Een kwart van de mensen met coeliakie heeft geen klachten.
De behandeling
De behandeling bestaat uit een dieet waar in het geheel geen gluten in zitten. Dit is moeilijk zelf samen te stellen. Begeleiding door een diëtiste is noodzakelijk.
Het dieet leidt in de regel snel tot een verbete-ring van de klachten. De verbetering van de voedingstoestand en de groei bij kinderen wordt na een periode, variërend tussen de 6 en 18 maanden, bereikt. Het dieet dient levenslang te worden voortgezet.
Late diagnose
Bij mensen met DS wordt de diagnose coeliakie vaak laat gesteld. Dit is gezien de aard van de verschijnselen die bij coeliakie kunnen optreden niet geheel verwon-derlijk. Immers, veel klachten worden wel vaker bij mensen met DS gezien en soms zelfs beschouwd als 'behorend' bij DS.
Daarom is het sterk aan te raden om alle kinderen met DS te 'screenen' op coeliakie. Dit is onlangs in Zuid Holland gedaan: van de 115 kinderen met DS bleken er 8 coeliakie te hebben. Bij 5 van hen bestonden al jarenlang klachten, zoals obstipatie, diarree, vage buikklachten, opgezette buik, bloedarmoede, opgezette buik en trage groei. Uit een onderzoek 8 tot 18 maanden na aanvang van een glutenvrij dieet bleken alle
klachten te zijn verdwenen.
Bloedonderzoek
De 'screening' kan gebeuren door middel van een bloedonderzoek, waarbij de hoeveelheid van bepaalde antistoffen worden bepaald. Hierbij is het van belang dat in elk geval de IgG AGA wordt aangevraagd en bij kinderen onder de 5 jaar óók de EMA. Wanneer er bij dit onderzoek antistoffen worden aangetoond, is een onderzoek van het slijmvlies van de dunne darm nodig om de diagnose te bevestigen.
Bij mensen met het Down Syndroom komen stoornissen van het afweersysteem relatief vaak voor. Naast een grotere vatbaarheid voor infectieziekten leidt dit bijvoorbeeld ook tot het vaker voorkomen van ziekten van de schildklier. Daarom is het aan te raden om bij mensen met Down syndroom niet alleen eens per twee jaar de schildklierfunctie te meten, maar ook aan coeliakie te denken (eens per 6 jaar).
Bronvermelding:
Copyright © 2003
- W. Braam, AVG (Arts voor Verstandelijk Gehandicapten)Postbus 75, 6710 BB EDE